Tips
Hoe kan je gemakkelijk geboortekaartjes adresseren?
De adressen heb je binnen, de kaartjes liggen klaar — nu moeten ze nog op de envelop. Bij tien enveloppen is dat zo gebeurd, bij tachtig is het een avond. En het is net het onderdeel waar je fouten in maakt: een verkeerde postcode, een naam waar iemand zich niet in herkent, of een etiket dat scheef over de rand valt.
Hieronder staat waar alles op de envelop hoort, hoe je een adres schrijft dat door de sorteermachine komt, en welke van de vier manieren van adresseren bij je past.
Wat komt er op de envelop?
- De postzegel rechtsboven. Altijd daar: de sorteermachine kijkt op die plek.
- Het adres in het onderste rechtervlak van de envelop, met minstens anderhalve centimeter wit eromheen. Plak je een adresetiket, dan komt dat op precies dezelfde plek.
- De afzender linksboven of op de achterkant. Niet verplicht, wel handig: klopt een adres niet, dan krijg je het kaartje terug in plaats van dat het verdwijnt.
Hoe schrijf je het adres?
Een Nederlands adres is altijd drie regels, in deze volgorde:
| Regel | Voorbeeld |
|---|---|
| 1. Naam of aanhef | Fam. De Boer |
| 2. Straat en huisnummer | Keizersgracht 128-3 |
| 3. Postcode en plaats | 1018 MA Amsterdam |
- Zet een spatie tussen de cijfers en de letters van de postcode, en schrijf de letters in hoofdletters: 1018 MA, niet 1018ma.
- Geen komma's of punten aan het eind van een regel. De machine leest ze niet, en ze staan rommelig.
- Een toevoeging hangt aan het huisnummer vast, met een streepje of een spatie: 128-3 of 128 hs.
- Gaat de kaart naar het buitenland, dan komt het land op een vierde regel in hoofdletters, in het Nederlands of Engels: BELGIË of GERMANY. Laat de Nederlandse afkorting voor het land weg.
Hoe spreek je mensen aan?
Dit is het stukje waar mensen het meest op letten, en waar de meeste mensen te lang over nadenken. Een paar richtlijnen:
- Fam. De Boer — kort en veilig als het hele gezin dezelfde achternaam heeft.
- Anne en Tom — voor vrienden. Voornamen zijn bijna nooit te informeel voor een geboortekaartje.
- Anne Jansen en Tom de Vries — bij verschillende achternamen twee volledige namen, en niet één van de twee weglaten.
- Dhr. en Mevr. De Boer — ouderwets, en bij een geboortekaartje eigenlijk nooit nodig. Alleen als je weet dat iemand het zo gewend is.
Het handige is dat je dit niet zelf hoeft te bedenken. Wie zijn adres in je Mailbook invult, geeft er zelf bij aan hoe hij aangeschreven wil worden. Dat veld gebruiken wij op het etiket, dus je hoeft er achteraf niets meer aan te doen. Heb je de adressen nog niet, lees dan eerst hoe je ze verzamelt.
Vier manieren om te adresseren
- Met de hand schrijven. Het mooiste, en bij een kleine oplage ook het snelst. Reken op een uur of twee voor tachtig enveloppen. Doe het vóór de bevalling — het kaartje gaat er pas later in.
- Laten drukken op de envelop. Veel kaartjessites doen dit tegen meerprijs. Je uploadt je adressenlijst bij de bestelling en krijgt de enveloppen kant-en-klaar.
- Zelf etiketten printen. Etikettenpapier kost een paar euro. Je downloadt het bestand bij Mailbook en print ze thuis. Het goedkoopst, en je kan tot het laatste moment nog iemand toevoegen.
- Etiketten bestellen. Wij drukken je adressen en sturen de vellen naar je toe, vanaf €20 en meestal de eerstvolgende werkdag verzonden.
Bij ons bepaal je zelf hoe het etiket eruitziet: vier soorten papier — wit, transparant, textuur en goud — en je stelt het lettertype, de inkt en de adresruimte in, eventueel met een randje of een icoontje. Probeer het hieronder:
Etiketten netjes plakken
- Leg de envelop plat en plak van één kant naar de andere, dan krijg je geen luchtbel.
- Recht plakken kost minder moeite als je de onderrand van de envelop als lijn aanhoudt, niet je gevoel.
- Nooit over de rand of over een vouw heen: dan blijft het etiket in de sorteermachine haken.
- Op een gekleurde of donkere envelop is een transparant etiket mooier dan een wit vlak, maar het adres moet wel leesbaar blijven. Bij donkere enveloppen is wit juist de veiligere keuze.
Hoeveel postzegels heb je nodig?
Dat hangt af van het gewicht, niet van het formaat. Tot 20 gram is één postzegel genoeg, van 20 tot 50 gram twee, en tot 100 gram drie. Een gewoon geboortekaartje in een envelop blijft ruim onder de 20 gram, maar een dubbele kaart op zwaar papier met een inlegvel en een lintje erbij komt er zo overheen.
Weeg daarom één complete envelop — kaart, etiket en al — op een keukenweegschaal voordat je een rol postzegels koopt. Dat scheelt je de kans dat tachtig kaartjes met te weinig porto op de mat vallen. Voor de actuele tarieven en een verkooppunt in de buurt kijk je op postnl.nl. Er zijn vaak ook speciale geboortezegels te koop, wat een leuk detail is.
Wat gaat er vaak mis?
- De postzegel linksboven in plaats van rechtsboven.
- Een etiket dat over de rand of over de flap heen valt.
- Een postcode zonder spatie, of het huisnummer op een eigen regel.
- Een adres uit een oude lijst dat niemand meer heeft gecontroleerd. Vraag het adres liever opnieuw op dan dat je het overtypt uit een adresboek van jaren geleden.
- Geen afzender, waardoor een onbestelbare kaart nergens meer heen kan.
Starten
Adresseren is het laatste stukje. Het begint bij een kloppende lijst: verzamel de adressen met Mailbook, waar iedereen zijn eigen adres en aanhef invult, en bestel of print daarna de etiketten. Dan hoef je alleen nog te plakken.